Architect en socioloog Mári Glas (1968) buigt zich over noodlijdende vraagstukken in wetenschap en samenleving. Onder zijn redactie schrijven zijn (half)zussen Rémi ('55), Lis ('57), Mila ('68) en Ira ('83) Glas op hun Eigen Wijze met hem mee, over zelfgekozen onderwerpen. Waar het langer moet, laten zij hun ideeën rijpen op eikenhout en vullen hun eigen blogs hiermee. Waar het korter kán schenken zij hieruit gezamenlijk een Glaasje, van maximaal 300 milliliter, oftewel 300 woorden. Proost!


zaterdag 11 augustus 2018

'Made in China 2025': Orwells '1984' is er niets bij

‘De techniek zal ons redden’, gelooft menigeen.
Zo geloven positief ingestelde mensen dat zelfs de klimaatverandering te bestrijden is met techniek.
Ze hebben geen ongelijk.
Met de kanttekening dat klimaatverandering zónder techniek óók te stoppen is.
Bijvoorbeeld als we onmiddellijk stoppen met vliegen en/of vlees eten.
Dan hoeven we ons zelfs niet langer te verdiepen in de optimale technische isolatie van woningen.

Maar van mensen met blind vertrouwen in technische mogelijkheden mogen we rustig doorgaan met vliegen en vlees eten.
In het verleden heeft de mens toch ook ‘alles’ op kunnen lossen dankzij wetenschap en techniek?
Zo werden akelige ziektes uitgebannen door antibiotica, enzovoort.
Als de nood aan de man komt hebben we altijd nog de techniek!

Nu klopt het natuurlijk dat onze technische mogelijkheden vrijwel onuitputtelijk zijn.
Maar de vraag is altijd: met welk doel worden ze gebruikt?
Bestrijding van klimaatverandering of – zomaar een greep – ter controle, handhaving en onderdrukking van (kritische) minderheden en/of ‘onschuldige’ burgers?

Neem China, dat momenteel trots voorop loopt in de ontwikkeling van de allernieuwste technieken.
Dankzij het project ‘Scherpe ogen’ kan 90% van de Chinezen binnen drie seconden worden gevonden in een database.
Op sommige drukke kruispunten kan niemand meer ongestraft door rood lopen, tenzij je er tegen kunt dat je beeltenis levensgroot op een scherm verschijnt.
Ongewenste Moslim-minderheden worden in het gareel gehouden.
Zelfs kinderen staan soms al onder permanent toezicht.
Een camera – door de kinderen ‘Slim-oog’ genoemd – registreert middels gezichtsuitdrukkingen slecht opletten of wegdromen, op straffe van lagere cijfers.
Dit alles dankzij technische hoogstandjes als gezichtsherkenning, waarmee overigens elders eveneens wordt geëxperimenteerd.

Inderdaad, '1984' is er niets bij. 
Want in Orwells visionaire nachtmerrie beperkt de permanente beeldschermcontrole zich tot partijleden.
Maar in 'Made in China 2025' kan niemand meer ontsnappen.

Kortom: alle techniek is denkbaar.
Het is maar waar je het voor gebruikt.

Mila Gras-Glas (1968)

zaterdag 28 juli 2018

Landschap: geen luxe maar noodzaak

De vanzelfsprekende aanwezigheid van het landschap is als een geheim hoekje in mijn ziel waarin ik me altijd terug kan trekken.
Even respijt, opladen, uitrusten.
Ik kom er versterkt uit, geïnspireerd en uitgerust.
‘Bezield’ zo je wilt.

Het landschap is er altijd geweest, een gegeven.
Hoewel ik als kind al veel lelijks zag, was er ook nog altijd héél veel moois.
Een onuitputtelijke bron: er leek geen einde aan te komen.
Een oud boerderijtje in de bocht van een riviertje, een ‘holle’ weg met aan weerszijden hagen, een halfopen ‘coulissenlandschap’ elzenhagen.
Eindeloze bossen, weidevogels waarvan ik de namen niet kende.

Nostalgie, inderdaad.
Wel roepen zulke pleisterplaatsen een hele wereld op.
Ze betoveren zelfs de toekomst.

Maar nu is ons landschap niet meer vanzelfsprekend.
Echt landschap, bedoel ik dan.
‘Maar alles is landschap’, hoor ik iemand tegenwerpen, ‘óók snelwegen en bedrijfsgebouwen!’
Allemaal waar.
Kwestie van definitie, zoals vaker.
Maar er is wel een probleem, tenminste voor mij.
Want de verborgen hoekjes in mijn ziel lijken niet op snelwegen of bedrijfsgebouwen.
Zo vinden mijn dromerijen geen weerklank meer.

Dat heeft gevolgen.
Mijn innerlijk leven wordt onherbergzaam.
Steeds minder houvast aan concrete plekken.
Ruimtegebrek – geen lucht - in mijn eigen hoofd.

Natuurlijk zijn er nog boerderijtjes.
Nog niet alle oude bomen zijn ziek, of gekapt omwille van de vooruitgang.
Een enkel historisch monument wordt zelfs bijna perfect opgeknapt – ‘we hebben uitgezocht welk behang hier vroeger hing’ - en in goedbekeken programma’s als ‘BinnensteBuiten’ ostentatief gekoesterd door de trotse eigenaars.

Maar indicidenten zijn geen landschap, helaas.
Incidenten trekken vooral toeristen – even wanhopig als ik?
Luidruchtig bevolken ze zelfs de verste uithoeken in mijn hoofd.
Zo verliezen de laatste pleisterplaatsen hun betovering.

Zijn cultuurhistorische landschappen achtergrond, decor, omlijsting, vermaak?
Nee, want dat alles kan ik missen.
Maar het landschap niet.
Geen luxe, kortom, maar noodzaak.

Mila Gras-Glas (1968)

vrijdag 1 september 2017

De werkelijkheid van Cornelia Petronella Bos (1911-1991)

Het boek "200 jaar Lutjebosch" kan ik nauwelijks met droge ogen lezen, terwijl ik niet eens uit Groningen kom.*
Cornelia Petronella Bos (1911-1991) volgde ‘tekenlessen’, lees ik, en had belangstelling voor het ‘heelal’ en voor de ‘natuur’.
Welja: zij had evengoed professor kunnen worden.
Uit haar teksten en tekeningen komt een grondige, ordelijke en zelfs strenge en wetenschappelijke geest naar voren.
Maar ook kunstzinnigheid: een ongewone combinatie van kwaliteiten in één persoon.

Toevallig valt haar persoonlijke afscheid van dit huis - als jongere dochter! - samen met een keerpunt in de geschiedenis: 200 jaar lang werden de boerderijen op deze kenmerkende manier gebouwd en ingericht.
Maar met de modernisering is dit abrupt afgelopen, zodat veel gebruiksvoorwerpen eveneens verdwijnen.

Die, mét hun wonderlijke namen, herinneren aan een manier van leven en werken die twee eeuwen stand gehouden heeft.


Uit: "200 jaar Lutjebosch". 
Tekeningen en tekst van Cornelia Petronella Bos. 

Zij wilde voor zichzelf alles documenteren zodat zij haar geboortehuis ‘bij zich kan dragen’ (die kleine tekeningen) maar tegelijkertijd documenteert ze, bijna toevallig (of toch niet helemaal?) een voor iederéén verdwijnende wereld.
Het geeft een zekere troost dat zij dit alles met zoveel liefde heeft vastgelegd.
Want ik lijd er zelf onder: het steeds lelijker, ziellozer en ‘leger’ wordende landschap.
‘Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven’ (Reve).
Tenminste door háár.


Uit: "200 jaar Lutjebosch". 
Tekeningen en tekst van Cornelia Petronella Bos. 

Als je deze schetsboekjes bekijkt verbaast het eigenlijk steeds minder dát zij dit zo heeft opgetekend, en steeds méér dat zovele anderen zoiets niet hebben gedaan.
Dat iedereen zo maar een beetje leeft, en zo weinig ziet, en nergens bij stil lijkt te staan. 
Maar eigenlijk is dat niet zo: het verschil zit 'm in de vorm die zij geeft aan een vermoedelijk veel breder gedeelde ervaring.
Daardoor was zij dus tóch een echte kunstenaar: ze heeft de werkelijkheid een stukje werkelijker gemaakt.
En daarmee óók voor anderen ontsloten.

Mila Gras-Glas (1968)

* Lutjebosch is een boerderij in Noord Groningen, te Usquert. 

donderdag 31 augustus 2017

De onnavolgbare breitechniek van Loes Veenstra

Al die verschillende steken verzin ik zelf, die heb ik niet geleerd. Ik brei nauwelijks uit boeken, want ik heb geen geduld om patronen te lezen. Ajoursteken? Dat is de taal van die boeken. Ik kan geen definitie van die steken geven. Ik brei een trui met gaatjes: twee samen, dan twee of drie steken recht(s?!) en dan weer twee samen. Bij dat samen breien sla je de lus om de naald; dan krijg je dat gaatje.
Aldus Loes Veenstra, uit Rotterdam-Zuid.
Onwillekeurig vraag ik me af of dit waar kan zijn.
Want zelf brei ik óók, hoewel niet zoveel als Loes Veenstra.
Maar als het moeilijker wordt dan boord- of tricotsteek - ajour, kabels, patentsteek, schaduwbreien - kan ik niet zonder instructies.
Patronen bedenk ik meestal wel zelf.

Maar Loes Veenstra is niet het type om te jokken.
Dat zie je aan haar.
En al die aandacht - film, tentoonstelling, boek - vindt ze eigenlijk maar een beetje ongemakkelijk.
Voordat zij 'ontdekt' was breidde ze, vanaf 1955, ongeveer vijfhonderdzestig truien.
Gewoon, omdat ze anders "teveel zou roken".
Een deel gaf ze weg, maar ongeveer vijfhonderd belandden ongedragen op zolder.
Mooie truien, met opvallende kleurencombinaties en patronen.

Onwillekeurig geven ze een tijdsbeeld.






Vier truien van Loes Veenstra, 
tentoongesteld door de Kunsthal te Rotterdam. 


Er is veel aan de truien van Loes Veenstra dat mij intrigeert.
Maar dat ze zelf, bijvoorbeeld, ajoursteken bedacht nog wel het meest.

Toegegeven: heel ingewikkeld zijn de door Loes Veenstra gebruikte steken meestal niet.
Aan de meeste technische hoogstandjes waagt ze zich niet.
Maar toch.
Breien is een hoogstaande en verfijnde techniek, waar een complete industrie op drijft.
Zijn al die steken ooit bewust door iemand 'ontworpen'?
Of komen de meeste vondsten - overgedragen van generatie op generatie - voort uit de vaardige, 'alwetende' handen van anonieme (huis)vrouwen als Loes Veenstra?

"Dit is alles ja gans onwetenschappelijk", zou Professor Prlwytzkofsky zeggen.


Lis Glas (1957)